Het lijkt wel een scène die rechtstreeks uit een sciencefictionroman is weggelopen: een humanoïde robot die de bladzijden van een boek omslaat, puur en alleen aangestuurd door de gedachten van zijn operator. De hoofdrolspeler in deze futuristische vertoning is de TienKung3.0, een gloednieuw platform van het in Peking gevestigde X-Humanoid. De besturing verloopt via een niet-invasieve brain-computer interface (BCI). Dat betekent: geen chirurgische implantaten, geen gaten in schedels — alleen een headset die hersensignalen oppikt en vertaalt naar actie.
De beelden tonen een potentieel revolutionaire toepassing voor humanoïde robots: fungeren als intelligente assistenten voor mensen met ernstige mobiliteitsbeperkingen, zoals patiënten met ALS of een dwarslaesie. Terwijl bedrijven als Neuralink wereldwijd de krantenkoppen halen met hersenchips die patiënten in staat stellen cursors en robotarmen te besturen, laat X-Humanoid met deze demonstratie een alternatieve route zien. Een route die de aanzienlijke risico’s en de lange hersteltijd van hersenchirurgie slim omzeilt.
De TienKung3.0 zelf is overigens ook geen kleine jongen. De robot op ware grootte werd in februari 2026 onthuld door het Beijing Innovation Center of Humanoid Robotics (X-Humanoid) en is ontworpen als een open platform om de ontwikkelingen in de sector in een stroomversnelling te brengen. De machine beschikt over gewrichten met een hoog koppel en geavanceerde bewegingscontrole, waardoor hij moeiteloos over complex terrein navigeert en uiterst delicate taken kan uitvoeren. Het huwelijk tussen deze krachtige hardware en een niet-invasieve BCI-controller vormt een ijzersterke combinatie voor praktische hulpverlening in de echte wereld.
Waarom is dit een doorbraak?
Het cruciale verschil zit hem in de term “niet-invasief”. Hoewel invasieve BCI’s, zoals die van Neuralink, een hogere signaalkwaliteit bieden, hangt er een intimiderend prijskaartje aan: een neurochirurgische ingreep. Niet-invasieve systemen maken doorgaans gebruik van EEG-caps die elektrische activiteit via de hoofdhuid meten, wat de drempel voor dit soort ondersteunende technologie drastisch verlaagt. Ze zijn veiliger, goedkoper en breder inzetbaar. Dit zou de overstap van robotassistenten uit het onderzoekslab naar de huiskamer van degenen die ze het hardst nodig hebben, aanzienlijk kunnen versnellen. Hoewel we nog een lange weg te gaan hebben voordat je met één gedachte een robot een biertje uit de koelkast laat halen, is deze demonstratie een essentiële en verfrissend praktische stap in die richting.













