In de steeds drukker wordende race om tweevoetige robots de kosmos in te sturen, heeft EngineAI zojuist zijn ruimtehelm in de ring gegooid. Het bedrijf kondigde een strategische samenwerking aan met het commerciële ruimtevaartbedrijf InterstellOr om een van hun humanoïden te lanceren op een suborbitale missie, gepland voor 2028. Het doel? Testen hoe de robot presteert in een omgeving met microzwaartekracht – een cruciale lakmoesproef voordat deze machines worden ingezet voor het zwaardere werk in een baan om de aarde.
Deze aankondiging komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. NASA sleutelt al jaren aan de Valkyrie, een humanoïde die uiteindelijk op missies naar de maan en Mars moet gaan. De ruimtevaartorganisatie werkt daarnaast samen met bedrijven als Apptronik aan hun Apollo-robot om de commercialisering van humanoïden te versnellen, zowel voor toepassingen op aarde als daarbuiten. En dan is er natuurlijk nog de olifant in de kamer: Tesla’s Optimus. Elon Musk steekt zijn ambities om zijn eigen robots naar Mars te sturen – uiteraard aan boord van een SpaceX Starship – niet onder stoelen of banken. Hij wil de rode planeet hiermee klaarmaken voor menselijke kolonisatie. Het is dan ook de vraag of de 2028-deadline van EngineAI niet links wordt ingehaald door een vloot Teslabots.
De drang naar humanoïde robots in de ruimte is meer dan alleen een technologisch hoogstandje voor de bühne. Het strategische voordeel is glashelder: het saaie, vuile en gevaarlijke werk weghalen bij menselijke astronauten. Deze robots zijn ontworpen om met hetzelfde gereedschap en in dezelfde ruimtes te werken als mensen. Dat betekent dat ze op een dag cruciaal onderhoud kunnen plegen, defecte apparatuur kunnen repareren of zelfs complete constructies in de ruimte kunnen assembleren, zonder dat er een mensenleven op het spel staat.
Waarom is dit belangrijk?
Een humanoïde de ruimte in sturen, al is het maar voor een korte suborbitale vlucht, is een technisch huzarenstukje en een essentiële validatiestap. Voor EngineAI gaat deze missie minder over het winnen van een “wedloop” en meer over het bewijzen dat hun hardware bestand is tegen de meedogenloze realiteit van een ruimtereis. De bredere implicatie is het startschot voor een nieuwe commerciële sector die zich richt op robotarbeid buiten onze dampkring. Waar overheidsinstanties zoals NASA het pionierswerk verrichtten, vechten private ondernemingen nu om wie de robotische beroepsbevolking mag leveren voor de toekomstige infrastructuur op de maan, Mars en in ruimtestations. Het tijdperk van de robot-astronaut is, zo lijkt het, nu echt begonnen.













